U bent nu hier: HomeOver De Ronde VenenLandschap, water en natuurWater
  • Lees voor
  • RSS

Water

De belangrijkste natuurlijke factor bij de landschapsvorming in De Ronde Venen is het water. Water speelde (en speelt!) een allesbepalende rol in het Rondeveense landschap. 


Nadat zo’n tienduizend jaar geleden de laatste ijstijd was afgelopen, begon deze omgeving te veranderen. Door het smelten van het ijs begon het water in de Noordzee (waarvan grote delen waren drooggevallen) weer te stijgen. De kustlijn kwam ongeveer ter hoogte van de huidige Enschedeweg te liggen.  

Ten westen van de weg die wij kennen als de N212 ontstond een waddengebied, waarvan de resten in het landschap nog zichtbaar zijn. Deze zogeheten kreekruggen zijn te herkennen als verhogingen in het landschap, bijvoorbeeld in de polders Groot Mijdrecht en Wilnis-Veldzijde. Ze zijn ontstaan door zandafzettingen langs de veenstroompjes en de kreken in het waddenlandschap.  

Door het opstuiven van zand vormde zich langs de kustlijn een duinenrij met daarachter aanvankelijk een zoutwatermoeras. Toen de duinenrij zich sloot, werd de invloed van het zoete (rivier)water groter en kon het veen ongestoord aangroeien.  

Rond 1085 begon de mens het gebied te ingrijpend te veranderen. Het natuurlijke landschap ging systematisch op de schop. Het moerasachtige gebied met riviertjes, kreekjes en veenbossen werd ontwaterd en toegankelijk gemaakt door de pioniers.

Op de hoger gelegen, zanderige delen stichtten de kolonisten nederzettingen. De eerste bewoners leefden min of meer permanent veilig boven de zeespiegel op de zanderige oeverwallen langs de veenriviertjes.  

Door de voortgaande ontginning zakte het land en moesten de erven worden opgehoogd en dijken worden aangelegd. De bodemdaling zorgde ervoor dat de grond niet langer geschikt was als akkerland. Alleen gebruik als grasland voor de veeteelt bleef over.  

Eind 16e eeuw kwam de vraag naar een ander natuurproduct in deze streek op gang: de turf. Gedroogde blokken veen waren namelijk een uitstekende brandstof voor de bevolking en de bedrijvigheid in de uitdijende steden. Grote delen van het huidige De Ronde Venen werden afgegraven tot onder de grondwaterspiegel.  

Als gevolg van de turfwinning ontstonden met name in het westen van het gebied grote veenplassen. De meeste daarvan zijn in de loop van de 19e en 20e eeuw drooggemalen. De laatste van de droogmakerijen die op deze wijze ontstond, was Wilnis-Veldzijde (1926). Plannen voor het droogmalen van de Vinkeveense Plassen zijn nooit uitgevoerd, mede vanwege het belang van deze veenplassen voor de recreatie.

Meer informatie over het waterschap

www.agv.nl

Snel naar

Recreatieroutes

Cultuur, natuur en recreatie