U bent nu hier: HomeOver De Ronde VenenHistorieAbecenwalde en Bi der Bambrugh
  • Lees voor

Abecenwalde en Bi der Bambrugh

Onderdeel van het in 1085 overgedragen gebied was ook het latere Abcoude. In de officiële oorkonde van bisschop Koenraad wordt voor het eerst gesproken over ’habitatores de Abecenwalde’, ofwel ’de inwoners van Abecenwalde’. In die tijd moet Abcoude al een nederzetting van behoorlijke ouderdom zijn geweest. Tegelijkertijd werd een gedeelte van de nog woeste veengronden ten westen van de Angstel en de Aa overgedragen aan het kapittel van Sint Jan. Bij die overdracht moesten het kapittel en de inwoners van Abcoude onderling overeenstemming bereiken over een verdeling en een grens in de veenwildernis.

Van de nederzetting Baambrugge is bekend dat er in 1406 een kapel aanwezig was. In de vroegste bronnen heet dit dorp ‘Bi der Bambrugh’. Die naam is afgeleid van Banbrug, dat wil zeggen een brug die de gemeenschap toebehoort.

Op de grens van het graafschap Holland en het bisdom Utrecht, nu in een iets andere vorm bekend als de scheidslijn tussen de provincies Noord-Holland en Utrecht, lag het slot Abcoude. De oudste vermelding van het kasteel dateert uit 1274, toen het werd verwoest door de Hollandse buurman Gijsbrecht van Amstel. Nadien werd het slot herbouwd. De fundamenten zijn geheel onder het maaiveld verdwenen, maar als vorm nog duidelijk te herkennen in het landschap. Recent is een deel van de slotgracht gereconstrueerd.

De voormalige gemeente Abcoude ontstond in 1941 door samenvoeging van de gemeente Abcoude-Proostdij en Aasdom met de gemeente Abcoude-Baambrugge en had twee dorpskernen, Abcoude en Baambrugge. Het grondgebied van de gemeente bestond uit veenlandschap, doorsneden door een aantal rivieren en stromen.