|
|
1. Wat is de Wmo?
2. Wat wil de WMO De Wmo wil iedereen in staat stellen om mee te doen in de samenleving Het uitgangspunt van de Wmo is dat iedereen in eerste instantie verantwoordelijk is voor zichzelf en zijn familie. Als iemand voldoende draagkracht heeft, kan hij zelf de benodigde ondersteuning inschakelen. De Wmo wil de sociale samenhang in de samenleving versterken, zodat mensen ook een beroep op elkaar kunnen doen voor hulp of ondersteuning. Het gaat om mantelzorg, vrijwilligerswerk, buurthuizen, sportcentra, leefbaarheid in wijken. 1. De Wmo stelt de gemeente verantwoordelijk om ondersteuning te bieden aan mensen die zelf geen ondersteuning kunnen regelen. Het gaat om individuele voorzieningen als huishoudelijke verzorging, rolstoelen, huisaanpassingen, maar ook om collectieve voorzieningen zoals maaltijdservice. De gemeenten kunnen hier keuzen in maken.
De Wmo wil ondersteuning dichter bij de burger regelen 1. De Wmo legt de verantwoordelijkheid voor de maatschappelijke ondersteuning bij gemeenten. Gemeenten weten beter wat er in hun gemeente speelt dan de rijksoverheid. 2. De Wmo wil administratieve lasten voor kwetsbare groepen terugdringen. Dit door het samenvoegen van de Wvg, de Welzijnswet en delen uit de AWBZ, maar ook door de eigenbijdrageregeling Wmo aansluiting te geven op de eigenbijdrageregeling AWBZ. 3. De Wmo stimuleert de samenwerking tussen de verschillende ondersteuning- en welzijnspartijen in de gemeente. Bijvoorbeeld door het opzetten van woonzorgservicecentra in de wijk. 4. De Wmo wil dat gemeenten zorgmijders opzoeken en hulp aanbieden.
3. Waarom de Wmo?
4. Waarom zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de Wmo en niet het Rijk? De gemeenten hebben beter zicht op de plaatselijke situatie dan de Rijksoverheid. Zij kennen hun wijken, buurten, de mensen en weten welke voorzieningen er zijn. Daardoor zijn ze in staat lokaal maatwerk te leveren, gezamenlijk waar dat kan en individueel waar nodig. De gemeenten kunnen de dienstverlening beter aanpassen aan iemands persoonlijke omstandigheden. Zij weten welke organisaties ingeschakeld kunnen worden en aan welke voorzieningen burgers behoefte hebben. De ene gemeente investeert in vrijwilligerswerk en een andere gemeente ondersteunt een sportclub die zich inspant voor ouderen en gehandicapten.
5. De Wmo is een kaderwet. Betekent dit dat er tussen gemeenten verschillen zullen ontstaan in de voorzieningen? Er komen onvermijdelijk verschillen tussen gemeenten. De Wmo stelt de algemene kaders en elke gemeente biedt maatwerk, afgestemd op de behoeften en mogelijkheden van haar burgers. Volgens het kabinet kunnen juist die verschillen gemeenten scherp houden. Als duidelijk is dat een buurgemeente betere voorzieningen biedt, dan moet een gemeente haar eigen keuzes wel uit kunnen leggen aan de burger.
6. Waar kan ik terecht met mijn vragen als ik bepaalde voorzieningen nodig heb? 7. Ik mag inspraak hebben op het beleid dat mijn gemeente ontwikkeld op het gebied van ondersteuning. Maar hoe doe ik dat? Elke gemeente legt na de invoering van de Wmo met ingang van 2007 in een vierjarenplan vast wat zij gaat doen aan maatschappelijke ondersteuning in de gemeente. In dat plan moet staan welke doelen de gemeente wil bereiken en welke activiteiten ze daarvoor ondernemen en hoe ze de kwaliteit van de maatschappelijke ondersteuning verzekeren. Ook bepaalt de gemeente in het vierjarenplan welke keuzemogelijkheden ze de inwoners geeft. De Wmo stelt een belangrijke eis aan dit vierjarenplan: de gemeente is verplicht om de inwoners te betrekken bij het opstellen van het plan. Ook moeten gemeenten advies inwinnen over het plan bij vertegenwoordigers van betrokken belangenorganisaties. Het vierjarenplan moet samen met het advies van belangenorganisaties naar de gemeenteraad worden gestuurd.
De gemeente is verplicht om u de keuze te bieden tussen een voorziening in natura, een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget. Cliënten kunnen hun Wmo-PGB inzetten voor alle individuele voorzieningen. De wet maakt hierbij een uitzondering voor mensen die de financiële tegemoetkoming mogelijk aan andere zaken uitgeven; bijvoorbeeld mensen met manische buien of een verslaving.
9. Mag mijn gemeente een eigen bijdrage vragen voor de voorzieningen uit de Wmo? 10. Compensatiebeginsel, wat betekent dat? Het compensatiebeginsel geeft gemeenten de verplichting om beperkingen te compenseren die iemand ervaart bij het voeren van een huishouden, bij het ontmoeten van mensen of in het vervoer. De gemeente kijkt samen met de cliënt welke voorzieningen en hulpmiddelen nodig zijn om de hindernissen weg te nemen. Het gaat daarbij om hindernissen in-en-om het huis, in het plaatselijk vervoer en in het sociale verkeer. 11. Hoe is de hulp bij het huishouden geregeld?
Daarvoor zijn twee mogelijkheden: Hulp in natura
Bij hulp in natura wordt de hulp ingeschakeld en betaald door de gemeente. U heeft daar zelf geen omkijken naar. Wél kunt u kiezen door welk bedrijf de hulp wordt uitgevoerd. De gemeente heeft een lijst met bedrijven die dat goed kunnen. Uit deze bedrijven moet u kiezen.
Persoonsgebonden budget
U mag ook zelf iemand inschakelen: de buurvrouw, een kennis, een familielid. Dan vraagt u een persoonsgebonden budget aan. De gemeente betaalt u in dat geval een bedrag voor het aantal uren en de soort hulp die u nodig heeft. Er moeten wel nota’s zijn, de gemeente voert controles uit. Niet omdat we mensen niet vertrouwen. We willen er zeker van zijn dat mensen die hulp nodig hebben, die hulp ook werkelijk krijgen. Voor meer informatie en aanvragen kunt u terecht bij het Servicepunt wonen, welzijn en zorg. www.servicepuntderondevenen.nl
12. Wat is er gebeurd met de Wet voorzieningen gehandicapten? De Wvg is opgegaan in de Wmo. Alle bestaande regelingen zijn daarin verwerkt. Als u voorzieningen uit de Wvg kreeg, houdt u dezelfde voorzieningen.
13 Hoe kan ik hulpmiddelen, vervoer, een woningaanpassing aanvragen?
Voor meer informatie en aanvragen over hulpmiddelen en vervoer kunt u terecht bij het Servicepunt wonen, welzijn en zorg. (www.servicepuntderondevenen.nl) |
Veelgestelde vragen Wmo